Bles-sed in Ethiopia

Waar was ik? Ik heb een aantal dagen, nou ja, meer dan drie weken geen blog gepost. Waarom niet? Omdat ik “druk” was met vriendinnen, drinken, uit eten en allerlei tripjes. Super leuk, maar tijd om te schrijven was er niet. Laat staan dat er overal internet is in Ethiopië. Het kan erger, maar over het algemeen is het internet in Ethiopië niet heel snel.

Waar zal ik beginnen?

Waar zal ik eens beginnen? Als je zo lang niet een blog schrijft weet ik niet zo goed waar ik moet beginnen. Laat ik beginnen bij het feit dat ik twee weken met twee Nederlandse vriendinnetjes, Loes en Patricia, met Myrthe, die hier (in Addis) dus woont, een trip heb gemaakt.

Onze trip naar Lalibela, Gondar en de Simien

Onze trip was grimmig, zoals we het zelf zouden omschrijven. Grimmig is het woord wat wij gebruikten als grap, maar ook om aan te geven als het soms een beetje en vreemde of rare situatie was.

Wij begonnen een week in Addis, maar daarna besloten we een weekje te gaan reizen. We begonnen in Lalibela. Dat is dorp in het noorden van Ethiopië, bekend om hun kerken. En dat is dan ook wat we deden. Myrthe had al vroeg een mooi hotel geregeld met uitzicht en de volgende dag een gids die ons in een dag 10 kerken laat zien. Gaaf, maar wel vermoeiend.

Kerken van Lalibela

We hadden een rondleiding op zondag, dus we begonnen met de mis. Mensen zitten buiten op boomstronken om te luisteren naar de priester. Iedereen is in het wit gekleed. Leuk om te zien en we hebben er een tijdje tussen gezeten, maar dan wordt het ook saai.

Daarna kregen we een korte rondleiding door het museum. En ook deze gids in het museum was weer heel streng, we gingen dus wederom braaf alle kostuums en kurkjes uit de kerk af – tja. En daarna gingen we de tien kerken af. Heel bijzonder. De meeste kerken zijn uit de twaalfde en dertiende eeuw.

Wat ik ervan begrijp van de gids is dat er een koning (Gebre Mesqel Lalibela) die een zoon van een Israëlische koning was. Hij leefde veel jaren van zijn leven in Israël en kwam terug om kerken in Ethiopië te bouwen die hij ook in Israël gezien had. Hij was zowel koning als priester.

Kerken uit de rots gehouwen

Zij gebruikten hiervoor geen stenen, maar hakten de kerken uit de rotsen die er waren. Dit maakt Lalibela zo bijzonder en daarom staat het ook op de lijst van UNESCO.

De link met Israël is mij nog niet helemaal duidelijk, want ik weet dat er veel Ethiopische joden zijn. Die zijn ook officieel erkend en veel van hen leven ook in Israël, maar het is mij niet duidelijk of dat eventueel afstammelingen van de koning Lalibela zijn en daarmee ook Joods, want een van zijn ouders kwam immers uit Israël.

Ben Abeba restaurant in Lalibela

Na een intensieve dag van kerken bezoeken, gingen we naar een super bijzonder restaurant: Ben Abeba. De eigenares is Schots. Er staat geen haggis op het menu – wat grappig zou zijn – maar ze hebben een variatie van westers en Ethiopisch eten. Ethiopisch eten betekend vooral: Injera. Een pannenkoek van teff – een soort graan – met veel verschillende sausen. Dat eten de meeste Ethiopiërs voor ontbijt, lunch en avondeten.

Bedelen voor boeken

Na twee avonden eten in Ben Abeba, en het negeren van het advies om niet onze ziel te verkopen aan de kinderen die er rondlopen – wat we wel doen, want vertellen onze naam waardoor bijna iedereen Myrthe of Martha zoals Ethiopiërs haar noemen roept – vinden we dat het tijd wordt voor de volgende stad: Gondar. Hopelijk hebben we hier geen ‘last’ – het is niet een ideaal woord, maar je begrijpt wat ik bedoel – van kinderen die onze naam roepen en vragen voor geld voor schoolboeken. Schijnbaar heeft iemand veel geld gegeven voor boeken waardoor dat nu een running-gag is onder de kinderen om daar geld voor te bedelen. Met name Martha kent iedereen na een dag.

Gondar

Na een korte vlucht landen we in Gondar. Daar worden we naar een leuk geusthouse gebracht met een leuke binnentuin. We moeten nog lunchen en besluiten dat om de hoek te doen op advies van het guesthouse. Het is een leuke tent, maar de bediening laat zeer te wensen over. Als Loes vraagt of ze een glas mag om haar bier in te schenken kijkt de ober, een vrouwelijke dame, alsof ze vuur ziet branden. We concluderen dat er zeker een markt is voor een hotelschool in Ethiopië, op tijd, snel en gastvrij zijn ze in veel restaurants niet.

Diezelfde middag bezoeken we ook het kasteel van koning Fasiladas die in de zestiende en zeventiende eeuw gebouwd is. Veel gebouwen zien er nog goed uit en we doen een hele fotoshoot zodat iedereen zijn Instagram weer kan bijwerken – op Patricia na, die op de een of andere manier geen Insta wil.

Geschiedenis van Ethiopië

Ik moet heel eerlijk bekennen dat het mij met de geschiedenis van Ethiopië door dit bezoek niet veel duidelijker wordt. Dus in de 16e en 17e eeuw hadden ze koning Fasilsdas en van 1889 tot 1913 was er dan Menelik II. Daarvoor was er Johannes IV van 1872 tot 1889.

Even op een rij:

12een 13eeeuw         Gebre Mesqel Lalibela

1872 – 1889 John IV
1889 – 1913 Menelik II

Simien mountains

Na deze geschiedenis laten we Gondar voor wat het is en gaan we naar de Simien Mountains een aantal uur verder op. We worden opgehaald door onze chauffeur die ons zal brengen naar de Lodge in het nationale park, maar we moeten eerst de toegang tot het park betalen, een scout met geweer die ons gaat beschermen en een gids. Het is niet helemaal duidelijk of de gids verplicht is, maar we besluiten om hem toch voor drie dagen te boeken ondanks dat hij de eerste dag niet zal werken, omdat het al heel laat is.

Onze gids trekt dezelfde conclusie en zegt dat hij ons morgenvroeg ziet bij de Lodge. Normaal zou je vroeg beginnen, omdat de meeste dieren eenmaal vroeg actief zijn, maar hij stelt voor om negen uur te starten, na het ontbijt. Wij vinden het prima.

Scout, driver en gids

De scout kruipt wel al meteen in de auto, wat zorgt voor een heerlijke geur in auto. Een douche is namelijk niet gebruikelijk voor veel Ethiopiërs en met onze ramen open, gaan we naar de Lodge. Daar aangekomen checken we in en gaan we aan het bier met popcorn. Of we popcorn met koffie willen? Dat is namelijk het gebruik: popcorn met koffie, maar uiteindelijk krijgen we ook de popcorn met bier en genieten we van onze avond.

Geladas

De volgende ochtend zien we onze gids bij het ontbijt en gaan we op pad: op zoek naar de baboons. Oftewel: de gelada’s. Officieel zijn het geen baboons, maar de lokale mensen noemen ze wel zo. We lopen drie uur en uiteindelijk vinden we hele groep van 700 gelada’s – ik heb ze niet geteld, maar het waren er veel – in een vallei. Het is prachtig om te zien. Ik kan op een meter afstand foto’s van ze maken.

Foto’s van de geladas

De gids zegt dat niet te kunnen gezien zijn donkere huidskleur. In het verleden hebben de lokale mensen veel stenen naar de gelada’s gegooid om ze te verjagen van hun landbouwgrond waardoor ze volgens de gids een onderscheid maken tussen de blanke toeristen en de lokale donkere mensen. Ik weet niet of het waar is, maar wat we waar is dat ik als blanke toerist heel dichtbij kon komen. De gelada’s geven er niet om. Ze kijken even op en grazen dan weer verder, want ze grazen vooral veel gras en trekken in groepen rond. In de avond slapen ze dan met zijn allen in grotten in de omgeving. Hun grootste vijand zijn de hyena’s en de luipaarden.

Terug naar Addis

En dan is het alweer zover: we gaan terug naar Addis. Ik zou nog kunnen uitweiden dat ik nog in de ochtend een stuk wil lopen en dat de gids niet komt opdagen, zegt dat we geld terug kunnen krijgen voor een dag wat niet lukt, maar daar heb ik geen zin in. Het is prachtig dat we de Simien mountains hebben kunnen zien en het belangrijkste is dat wij vooral met zijn vieren veel plezier hebben gehad. Dat telt.

Top van de Afrikaanse Unie

En zo zijn we naar vier nachten weer terug in Addis bij Chris die een drukke week achter de rug heeft gehad van de Afrikaanse Unie top die in Addis was. Wat veel etentjes, netwerken en late uren betekend voor hem, wat hij wel heel leuk vindt, maar het vraagt veel tijd en energie. Het voordeel dat wij er niet waren is dat we de drukte van de stad hebben gemist. In Addis stonden veel straten volledig vast doordat veel Afrikaanse staatshoofden met hun gevolg voorrang kregen.

Vol ornaat

De dagen daarvoor en daarna krijgen wij – de vier dames – er nog wel iets van mee doordat we tweemaal aan het zwembad in het Sheraton hotel gaan zwemmen en als we worden opgehaald staan wij in onze vrijetijdskleding te wachten op opgehaald te worden terwijl er allerlei presidenten aankomen in vol ornaat. Wij voelen ons dan een beetje opgelaten als wij op onze slippertjes op twee meter afstand kijken hoe de presidenten ontvangen worden door de mannen met hoge hoeden bij het hotel. Gek, maar ook wel grappig. Laten we eerlijk zijn, soms is het leven toch een groot toneelspel (dat denk ik dan)?

Tijd om afscheid te nemen

En dan is het alweer tijd – na twee weken – om afscheid te nemen van Patricia en Loes. We hebben met zijn allen een week in Addis ons vermaakt en een week rondgetrokken in het noorden van Ethiopië waarbij we alleen Axem niet hebben bezocht van de traditionele route die iedereen aflegt, maar hey, je kunt niet alles hebben in het leven en ik geef er ook niet om. Ik vond het super om weer even twee weken bij elkaar te zijn en veel lol te hebben.

Wat mij bijblijft is het roepen van ‘Martha’, dat we geinen over het soms gebrekkige Engels, zoals ‘blessed’ wat een gids uitsprak als: bles-sed. Of een tuk tuk chauffeur die een hand op mijn knie legde waarop de drie vriendinnen van mij achterin hard begonnen te giechelen en te lachen waardoor hij zijn hand meteen weer wegtrok. Voor mij blijven het de kleine momenten die deze reis de moeite waard maken en deze twee weken met hen hebben daar weer veel mooie herinneringen aan toegevoegd.

I feel bles-sed.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Bles-sed in Ethiopia

I haven’t posted a blog for more than three weeks. Why not? Because I was “busy” with friends, drinking, eating out and all kinds of trips. Super nice, but there was no time to write. Let alone that there is internet everywhere in Ethiopia. It could be worse, but in general the internet is not very fast in Ethiopia.

Where shall I start?

Where should I start? If you don’t write a blog for so long, I don’t know where to start. Let me start with the fact that for two weeks I made a trip with two Dutch girlfriends, Loes and Patricia, with Myrthe, who lives here (in Addis).

Our trip to Lalibela, Gondar and the Simien

Our trip was grim, as we would describe it ourselves. Grimmig is the word we used as a joke, but also to indicate if it was sometimes a bit and strange or weird situation.

We started a week in Addis, but then we decided to travel for a week. We started in Lalibela. This is a village in the north of Ethiopia, known for its churches. And that is what we did. Myrthe had arranged a nice hotel with a view early on and the next day a guide showing us 10 churches in one day. Cool, but tiring.

Churches of Lalibela

We had a tour on Sunday, so we started the mass. People sit outside on tree trunks to listen to the priest. Everyone is dressed in white. Nice to see and we’ve been there for a while, but then it gets boring.

After that we got a short tour through the museum. And also this guide in the museum was very strict again, so again we took off all the costumes and corks from the church – well. And after that we went down the ten churches. Very special. Most of the churches are from the twelfth and thirteenth century.

What I understand from the guide is that there was a king (Gebre Mesqel Lalibela) who was a son of an Israeli king. He lived many years of his life in Israel and came back to build churches in Ethiopia which he had also seen in Israel. He was both king and priest.

Churches are carved out of the rock

They did not use stones for this, but carved the churches out of the rocks that were there. This makes Lalibela so special and that is why it is on the UNESCO list.

The link with Israel is not yet entirely clear to me, because I know that there are many Ethiopian Jews. They are also officially recognised and many of them also live in Israel, but it is not clear to me whether this may be descendants of the king Lalibela and therefore also Jewish, because one of his parents came from Israel.

Ben Abeba restaurant in Lalibela

After an intensive day of visiting churches, we went to a super special restaurant: Ben Abeba. The owner is Scottish. There is no haggis on the menu – which would be funny – but they have a variety of western and Ethiopian food. Ethiopian food means above all: Injera. A pancake of teff – a kind of grain – with many different sauces. Most Ethiopians eat it for breakfast, lunch and dinner.

Begging for books

After two evenings of eating in Ben Abeba, and ignoring the advice not to sell our souls to the children who are walking around – which we do, because we tell our name through which almost everyone calls Myrte or Martha as Ethiopians call her – we think it’s time for the next city: Gondar. Hopefully we won’t have any ‘trouble’ here – it’s not an ideal word, but you understand what I mean – from children calling our name and asking for money for school books. Apparently someone has given a lot of money for books, which makes it a running-gag among the children to beg money for. Especially Martha knows everyone after one day.

Next city: Gondar

After a short flight we land in Gondar. There we are taken to a nice geusthouse with a nice courtyard garden. We still have to have lunch and decide to do that around the corner on the advice of the guesthouse. It is a nice tent, but the service leaves much to be desired. When Loes asks if she can serve her beer with a glass, the waiter, a female lady, looks as if she sees fire burning. We conclude that there is certainly a market for a hotel school in Ethiopia, on time, fast and hospitable they are not in many restaurants.

That same afternoon we also visit the castle of King Fasiladas, built in the sixteenth and seventeenth centuries. Many buildings still look good and we do a whole photoshoot so everyone can update their Instagram – except for Patricia, who somehow doesn’t want Insta.

History of Ethiopia

I have to confess quite frankly that the history of Ethiopia is not much clearer to me from this visit. So in the 16th and 17th century they had king Fasilsdas and from 1889 to 1913 there was Menelik II. Before that there was John IV from 1872 to 1889.

Just in a row:
12th and 13th centuries Gebre Mesqel Lalibela

1872 – 1889 John IV
1889 – 1913 Menelik II

Next destination: Simien mountains

After this history we leave Gondar for what it is and go to the Simien Mountains a few hours further on. We are picked up by our driver who will take us to the Lodge in the national park, but we first have to pay for the entrance to the park, a scout with rifle that will protect us and a guide. It’s not entirely clear whether the guide is required, but we decide to book him for three days despite the fact that he won’t work the first day, because it’s already very late.

Our guide draws the same conclusion and says he sees us tomorrow morning at the Lodge. Normally you would start early, because most animals are active once early, but he suggests to start at nine o’clock, after breakfast. We think it’s fine.

Scout, driver and a guide

The scout immediately crawls into the car, which makes for a delicious smell in the car. A shower is not common for many Ethiopians and with our windows open we go to the Lodge. Once there we check in and go to the beer with popcorn. Do we want popcorn with coffee? That’s the use: popcorn with coffee, but eventually we also get the popcorn with beer and we enjoy our evening.

Trekking & geladas

The next morning we see our guide at breakfast and we go out: looking for the babies. In other words: the geladas. Officially they are not babies, but the local people call them that way. We walk for three hours and finally we find a group of 700 geladas – I haven’t counted them, but there were many – in a valley. It is wonderful to see. I can take pictures of them at a meter distance.

Pictures of geladas

The guide says that not to be able to see his dark skin color. In the past, the local people have thrown a lot of stones at the geladas to chase them away from their farmland, making a distinction between the white tourists and the local dark people according to the guide. I don’t know if it’s true, but what we do know is that as a white tourist I could get very close. The geladas don’t care. They look up and graze on, because they graze a lot of grass and move around in groups. In the evening they all sleep in caves in the area. Their biggest enemies are the hyenas and leopards.

Flying back to Addis

And then it’s time again: we go back to Addis. I could say that I still want to walk a bit in the morning and that the guide doesn’t show up, says we can get money back for a day that doesn’t work, but I don’t feel like it. It is wonderful that we were able to see the Simien mountains and the most important thing is that the four of us had a lot of fun. That counts.

Top of the African Union

And so we are back to four nights in Addis again with Chris who had a busy week behind him from the African Union summit in Addis. Which means a lot of dinners, networking and late hours for him, which he likes a lot, but it takes a lot of time and energy. The advantage that we were not there is that we missed the hustle and bustle of the city. In Addis many streets were completely fixed because many African heads of state and their entourage were given priority.

Full of honours

The days before and after that we – the four ladies – still get something out of it because we swim twice at the pool in the Sheraton hotel and when we are picked up we are waiting in our leisure clothes to be picked up while all kinds of presidents arrive in full armour. Then we feel a bit abandoned when we look at our slippers at two meters distance to see how the presidents are received by the men with high hats at the hotel. Crazy, but also funny. Let’s be honest, sometimes life is a big play (I think so)?

Time to say goodbye (snif)

And then it is already time – after two weeks – to say goodbye to Patricia and Loes. We all enjoyed a week in Addis and a week in the north of Ethiopia where we only did not visit Axem of the traditional route that everyone follows, but hey, you can’t have everything in life and I don’t care about it. It was great to be together again for two weeks and have a lot of fun.

What stays with me is the shouting of ‘Martha’, that we talk about the sometimes poor English, like ‘blessed’ what a guide pronounced as: bles-sed. Or a tuk tuk driver who put a hand on my knee on which my three friends in the back started giggling and laughing loudly so he immediately pulled his hand away. For me it are the small moments that make this trip worthwhile and these two weeks with them have added many beautiful memories to it.

I feel bles-sed.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.